Ontwerpen voor dak- en thuislozen
Ze hoeven niet alles van me te weten. Maaike, 39
mensen tussen de 18 en 65 waren naar schatting dakloos op 1 januari 2024, meldt het CBS. Mensen die buiten, in een auto, kraakpand of vakantiewoning slapen, en mensen die de noodopvang bezoeken, telt het CBS als dakloos. Volgens Trimbos is onbekend hoeveel mensen in Nederland werkelijk dakloos zijn, omdat complete en betrouwbare cijfers ontbreken. Cijfers over het aantal daklozen in Nederland lopen uiteen, afhankelijk van de definitie en de wijze van tellen.
Dakloze mensen hebben vaak te maken met meerdere problemen (psychische problemen, verslaving, schulden). De maatschappelijke opvang is veel meer dan het verstrekken van bed, bad en brood.
In de (laagdrempelige) maatschappelijke opvang wordt gesignaleerd dat het aantal dakloze mensen met psychische stoornissen toeneemt. Nieuwe groepen dienen zich aan binnen de maatschappelijke opvang. Hoewel precieze cijfers ontbreken, zijn er signalen dat steeds meer mensen dakloos worden zonder dat er sprake is van verslavingsproblematiek en/of psychiatrische problemen. Er spelen meestal meerdere problemen tegelijkertijd.
Vaardigheden
Psychosociaal
- Het systeem moet vertrouwen wekken: bied hulp aan en zorg voor privacy.
- Help gebruikers om fouten te voorkomen en corrigeren.
- Zorg ervoor dat de inhoud relevant, begrijpelijk en vertrouwenwekkend is. En dat de inhoud in een handige en aantrekkelijke vorm is gepresenteerd.
- Gebruikers kunnen zich gedwongen voelen om informatie te verstrekken, omdat ze anders niet de dienst krijgen die ze nodig hebben. Houd daar rekening mee.
Aanraders
- Bied de mogelijkheid aan om met een menselijke helpdesk in contact te komen, bijvoorbeeld telefonisch.
- Geef de gebruiker voldoende tijd om tekst in te voeren en te corrigeren.
- Betrek eindgebruikers bij het samenstellen van de inhoud.
- Realiseer je dat gebruikers emotionele redenen kunnen hebben om een dienst te gebruiken.
- Verplaats je in het perspectief van de gebruiker, ga niet uit van interne organisatie- en procesfactoren.
Afraders
- Vermijd een indicatie van voortgang of een time-out; dit geeft te veel druk voor de gebruiker.
- Vermijd neerbuigende of kinderachtige taal.
- Vraag niet onnodig om persoonlijke informatie.
- Vermijd dat gebruikers zich onpersoonlijk behandeld voelen (als een nummer).
- Het systeem mag gebruikers niet stigmatiseren.
Tips
Omgaan met deelnemers
Bij ontwerpen voor inclusie betrek je vertegenwoordigers van de doelgroep, samen met andere stakeholders. Zowel bij het ontwerpen als bij het (tussentijds) evalueren. De omgang met deelnemers is daarbij van groot belang. Dat uit zich in het proces en de setting, je houding en gedrag en de gebruikte gesprekstechnieken.
Proces en setting
- Houd rekening met de context van het onderzoek, zoals plaats, tijd van de dag en de aanwezige personen.
- Zorg voor een open en uitnodigende sfeer, waarbij deelnemers zich op hun gemak voelen.
- Plan tijd in voor een korte kennismaking. Kies hiervoor een geschikte vorm.
- Denk indien van toepassing na over de opstelling. Houd bijvoorbeeld bij een interview een 90-graden-opstelling aan ten opzichte van de deelnemer. En plaats deelnemers bij een focusgroep in een cirkel waar je zelf deel van uitmaakt.
- Zorg voor een drankje en wat lekkers.
- Maak duidelijk wat de rol van de aanwezige onderzoekers is. Benoem of de onderzoeker actief is (bijvoorbeeld als interviewer of facilitator), of passief deelneemt (bijvoorbeeld als observator of notulist). Zorg ervoor dat ieder in zijn rol blijft.
- Informeer deelnemers over hoe de resultaten worden vastgelegd (notities, beeld- en geluidsopnamen). Houd er rekening mee dat deelnemers bezorgd kunnen zijn over de verspreiding van resultaten. Benadruk dat je zorgvuldig met de gegevens omgaat.
- Bedank deelnemers voor hun inzet en zorg eventueel voor een attentie of beloning.
- Zet duidelijke doelen. Wees realistisch over wat haalbaar is binnen de tijd die je beschikbaar hebt.
- Benadruk in de instructies dat het niet gaat om het testen van de deelnemers, maar om het verkrijgen van hun reacties, ideeën en meningen.
Houding en gedrag
- Straal oprechte belangstelling uit.
- Let op je spraak (volume, tempo, ritme, articulatie, toon), je houding, gebaren en kijkrichting, en je taalgebruik. Vermijd abstracte taal, stopwoordjes en jargon.
- Zorg bij een bijeenkomst met meerdere deelnemers dat iedereen aan bod komt.
- Wijs de deelnemers erop om elkaars bijdragen (ervaringen, meningen en ideeën) te respecteren. En doe het zelf ook.
- Wijs de deelnemers erop om elkaar niet te onderbreken. En doe het zelf ook niet.
- Het is niet erg om stiltes te laten vallen. Probeer in plaats van zelf de stilte op te vullen af te wachten waar deelnemers mee komen.
Gesprekstechnieken
Stijl
- Stel korte en duidelijke vragen. Stel 1 vraag tegelijk.
- Kies bewust voor het stellen van open of gesloten vragen. Bij gesloten vragen zijn de antwoordmogelijkheden vooraf gegeven, vooral bij ja/nee-vragen of multiple choice-vragen. Bij open vragen zijn alle antwoorden mogelijk. Bij gesloten vragen kun je sneller antwoord krijgen. Ook geven ze de deelnemers houvast, maar ze bieden weinig ruimte voor eigen inbreng. Open vragen kunnen veel tijd vergen. Ze bieden de deelnemers weinig houvast, maar ze bieden wél de mogelijkheid voor eigen inbreng.
- Vraag “waarom?” om meer betekenisvolle resultaten te verkrijgen en de onderliggende bedoelingen te achterhalen.
Dubbelzinnige en suggestieve vragen
- Vermijd vragen die meer betekenissen kunnen hebben. Je kunt deze dubbelzinnigheid wel bewust inzetten om te peilen hoe deelnemers spontaan een begrip of een beeld interpreteren.
- Vermijd het stellen van suggestieve vragen, of het maken van suggestieve opmerkingen die deelnemers in een bepaalde richting duwen. Vermijd bijvoorbeeld om een oordeel te geven, of om bepaalde antwoordmogelijkheden uit te sluiten.
Evalueren van gegeven antwoorden
- Houd het gesprek bij het juiste onderwerp, voorkom afdwalen.
- Heb je alle informatie?
- Is het relevant voor je onderzoeksdoel?
- Begrijp je de bijdrage?
- Past de bijdrage bij de gestelde vraag?
Technieken voor verduidelijking van antwoorden
- Herhaal de vraag, of stel de vraag nogmaals op een andere manier. Gebruik bijvoorbeeld andere bewoordingen of ga van een open vraag over naar een gesloten vraag.
- Vat het antwoord van de deelnemer samen om te checken of je het goed begrepen hebt.
- Laat een stilte vallen om de deelnemer aan te zetten tot het geven van aanvullende informatie.
Maken van notities
Notities zijn vaak een aanvulling op andere vormen van vastleggen van informatie. Bedenk vooraf wat je wilt vastleggen. En hoe. Bedenk of je een notitiestructuur wilt hanteren of dat je dit open wilt laten. Geef iemand specifiek de rol van notulist, zeker als er meerdere deelnemers zijn.
Structureren van notities
- Algemene aspecten: de setting, de sfeer, verloop, houding van deelnemers.
- Chronologisch.
- Per deelnemer.
- Per categorie (benoem alvast specifieke aspecten waar je op wilt letten: topic list), denk bijvoorbeeld aan observaties of uitspraken van de deelnemers over:
- acties en handelingen (zoals informatie, communicatie, mobiliteit, algemene dagelijkse levensverrichtingen, werk, vrije tijd);
- de omgeving (zoals binnen, buiten, thuis, werk);
- relevante objecten (zoals technologie, gebruiksvoorwerpen);
- zichzelf en anderen (zoals behoeften, waarden, rollen, relaties).
Aandachtspunten
- Ga uit van je onderzoeksdoel.
- Laat je niet leiden door je verwachtingen, maar sta open voor wat er gebeurt.
- Algemene aspecten kunnen van belang zijn voor de interpretatie van wat er gebeurt.
- Let op verbale en non-verbale uitingen en handelingen van deelnemers.
- Bedenk of je gebeurtenissen wilt turven of alleen wilt aangeven of een gebeurtenis optreedt.
- Maak notities van opvallende uitspraken van deelnemers (quotes).
- Geef je indruk van het waarom van bepaalde uitingen of handelingen.
- Realiseer je dat notities subjectief zijn. Check ze met andere onderzoekers, of laat meerdere onderzoekers notities maken.
Evalueren met deelnemers en projectteam
Denk aan vragen voor de deelnemers én aan vragen voor het projectteam.
Evaluatievragen deelnemers
Het is belangrijk om deelnemers de mogelijkheid te geven hun ervaringen over deelname te delen. Dit geeft inzicht in wat goed ging en als prettig werd ervaren. Of wat de volgende keer anders of beter zou kunnen. Je kunt hiervoor de volgende vragen gebruiken:
- Hoe vond je het om mee te doen?
- Wat was goed/prettig?
- Wat zou anders/beter kunnen?
Vraag hierbij door over de lengte/duur, mentale en/of fysieke inspanning, de vorm, de inhoud, en de locatie en setting van het onderzoek.
Evaluatievragen projectteam
Sta stil bij positieve en negatieve ervaringen met het toepassen van de methode en het werken met de doelgroep. Je kunt hiervoor de volgende vragen gebruiken:
Inhoud
- Was de methode geschikt voor het doel dat je wilde bereiken? Waarom wel/niet?
- Heeft het onderzoek de verwachte resultaten opgeleverd? Waarom wel/niet?
Doelgroep
- Was de methode geschikt voor de doelgroep? Waarom wel/niet?
- Was het duidelijk voor de doelgroep wat er van hen werd verwacht? Waarom wel/niet?
- Was de duur van het onderzoek acceptabel voor de doelgroep? Waarom wel/niet?
- Sloot de gevraagde mentale en/of fysieke inspanning aan bij de doelgroep? Waarom wel/niet?
- Sprak de vorm van het onderzoek de doelgroep aan? Waarom wel/niet?
- Was de setting (bij mensen thuis, via internet, op locatie etc.) waarin het onderzoek plaatsvond geschikt voor de doelgroep? Waarom wel/niet?
Proces
- Was de methode geschikt voor de fase van je project? Waarom wel/niet?
- Verliep het uitvoeren van de methode procesmatig goed? Waarom wel/niet?
- Waren er activiteiten die onverwachts meer of minder tijd kostten dan verwacht? Waarom?
Algemeen
- Stond de inspanning voor het uitvoeren in verhouding tot de verkregen resultaten? Waarom wel/niet?
- Wat zou je volgende keer anders/beter doen?