Niet iedere visuele beperking is hetzelfde. Vaak is een visuele beperking voor altijd, maar soms kan er nog wat aan gedaan worden. Er zijn ook visuele beperkingen waarbij de situatie na verloop van tijd verslechtert.

Ontwerpen met visueel beperkte mensen

Co-design draait in de basis om een gelijkwaardige samenwerking. Alle deelnemers werken samen en brengen hun eigen kennis, perspectieven en ervaring in. Daarvoor moeten ze gelijkwaardig kunnen deelnemen aan het proces. Als je samen met visueel beperkte mensen ontwerpt, moet je het proces, de methoden en de materialen aanpassen zodat iedereen goed kan deelnemen.

Meer hierover lees je in het onderzoeksproject ‘Inclusief ontwerpen voor personen met een visuele beperking’.

Communicatie

Duidelijke, expliciete communicatie voorkomt misverstanden en maakt de omgang inclusief. Heldere afspraken helpen iedereen om zich veilig en prettig te voelen. Deze afspraken gaan over de manier van aanspreken en de omgang.

In gesprek

  • Zorg ervoor dat je duidelijk en in begrijpelijke taal spreekt.
  • Zorg ervoor dat één persoon tegelijk spreekt.
  • Let erop dat alles wat gebeurt ook wordt benoemd.
  • Zorg voor duidelijke uitleg over doelen, proces en wat de participanten kunnen verwachten tijdens de meeting of sessie.
  • Vat regelmatig informatie samen om duidelijkheid te krijgen en iedereen erbij te houden.
  • Maak duidelijke afspraken met de groep over onderlinge interactie (spreek bijvoorbeeld af om iemand persoonlijk aan te spreken voordat je iets wilt vragen).
  • Vraag uit welke communicatiemethode iemands voorkeur heeft (e-mail, bellen, berichtenapps).

In tekstvorm

  • De teksten moeten een structuur hebben waardoor voorleesprogramma’s makkelijk te navigeren zijn, dit kan door duidelijke koppen, sub-koppen en opsommingstekens te gebruiken.
  • Zorg ervoor dat de pagina’s rustig en overzichtelijk blijven.
  • Gebruik herkenningspunten op de pagina’s zodat visueel beperkte personen daaraan kunnen zien welke informatie gedeeld is.
  • Gebruik een lettertype zonder schreef (bijvoorbeeld Atkinson Hyperlegible) met grote letters om het zo leesbaar mogelijk te maken.
  • Zorg dat de gebruikte kleuren te onderscheiden zijn.
  • Gebruik een toegankelijkheidscheck in programma’s om na te gaan of de informatie toegankelijk is.

Inclusieve PowerPoint‑template nodig?

De template gebruikt kleuren die geschikt zijn voor verschillende vormen van kleurenblindheid en kan eenvoudig worden aangepast naar voorkeur van de gebruiker. Elke dia heeft duidelijke visuele markers, en het toegankelijke lettertype Atkinson Hyperlegible wordt gebruikt.

Download het PowerPoint-template

Tijd en structuur

Een duidelijke structuur biedt houvast en voorkomt overprikkeling. Tijdgebonden afspraken maar ook pauzes zorgen voor structuur.

  • Zorg voor een duidelijke introductie met doelen en afspraken.
  • Zorg voor een heldere tijdsplanning die vooraf wordt besproken.
  • Zorg voor voldoende ingeplande tijd voor pauzes, inclusief begeleiding naar het toilet of koffie.
  • Rooster extra tijd in voor geplande activiteiten, zodat langer durende onderdelen geen uitloop veroorzaken.
  • Zorg ervoor dat de totale tijdsduur behapbaar blijft voor de desbetreffende personen met de reistijd mee ingecalculeerd.
  • Zorg voor een overzichtelijke afsluiting met samenvatting en vervolgstappen.

Fysieke ruimte en locatie

Een toegankelijke ruimte zorgt voor veiligheid, rust en overzicht. Een overzichtelijke opstelling ondersteunt oriëntatie en deelname.

  • Inventariseer persoonlijke toegankelijkheidswensen, zoals:
    • Begeleiding vanaf/tot OV of taxi.
    • Ondersteuning bij navigeren door het gebouw.
    • Voorzieningen voor hulphonden.
    • Grootletterdocumenten.
    • Parfumvrije ruimte.
  • Zorg voor een rustige ruimte met goede akoestiek, zonder storende achtergrondgeluiden.
  • Zorg voor genoeg ruimte om veilig rond een tafel te bewegen.
  • Zorg voor vaste zitplekken, bij voorkeur in een kring, zodat posities duidelijk (te horen) blijven.
  • Zorg ervoor dat het toilet en andere voorzieningen dichtbij en makkelijk te bereiken zijn.
  • Zorg voor een ruimte met lichtregeling voor de juiste helderheid voor participanten.
  • Zorg ervoor dat je slechtziende participanten met de rug naar het raam plaatst om verblinding te voorkomen.

Download de posters

Er zijn 2 posters met tips bij ontwerpen voor gebruikers met verminderd zicht en voor gebruikers van een screenreader. Klik op de afbeeldingen om de posters te bekijken:

Poster met tips voor ontwerpen voor gebruikers van screenreaders. De afbeelding is een link naar de poster als PDF.
Poster met tips voor ontwerpen voor gebruikers met verminderd zicht. De afbeelding is een link naar de poster als PDF.

Vaardigheden

Auditief begrip

Aanraders

  • Voor sommige gebruikers is het lastig om de betekenis van geluidssignalen te ont­houden. Gebruik daarom korte gesproken boodschappen.
  • Spraak is geschikt om persoonlijk contact met de gebruiker te krijgen. Als het mogelijk is, spreek de gebruiker dan direct aan (gebruik de naam van de gebruiker).
  • Bied de mogelijk­heid aan om met een menselijke helpdesk in contact te komen, bij­voor­beeld telefonisch.
  • Gebruik korte, maar volledige zinnen in gesproken berichten. Verwijs niet naar abstracte concepten.

Afraders

  • Beperk het aantal opties dat wordt voor­gelezen in een spraakinterface. Geef de gebruiker de mogelijk­heid om tussentijds al een keuze te maken of om opties als voor­keuren aan te merken.

Visuele perceptie

  • Zorg ervoor dat het scherm een rustige uitstraling heeft.
  • Gebruik een groot contrast tussen voorgrond en achtergrond, om het gemakkelijker te maken elementen te onderscheiden.
  • Gebruik visuele middelen om belangrijke elementen te benadrukken.
  • Plaats elementen die bij elkaar horen dicht bij elkaar.

Aanraders

  • Gebruik een groot font voor de tekst.
  • Maak knoppen duidelijk herken­baar. Bij­voor­beeld door het contrast met de achtergrond te vergroten of schaduw te gebruiken.
  • Als een knop is geactiveerd, dan moet dit duidelijk visueel worden weer­gegeven.
  • Plaats tekst dicht bij de bijbehorende knop en vragen dicht bij de ant­woorden.
  • Plaatjes moeten een duidelijke lijnvoering en contrast hebben.
  • Plaats plaatjes altijd op dezelf­de locatie, zodat ze gemak­kelijk terug te vinden zijn (position recall).
  • Gebruik schaduw en kleurnuances om dunne of platte objecten weer te geven.

Tips

Maken van notities

Notities zijn vaak een aanvulling op andere vormen van vastleggen van informatie. Bedenk vooraf wat je wilt vastleggen. En hoe. Bedenk of je een notitiestructuur wilt hanteren of dat je dit open wilt laten. Geef iemand specifiek de rol van notulist, zeker als er meerdere deelnemers zijn.

Structureren van notities

  • Algemene aspecten: de setting, de sfeer, verloop, houding van deelnemers.
  • Chronologisch.
  • Per deelnemer.
  • Per categorie (benoem alvast specifieke aspecten waar je op wilt letten: topic list), denk bijvoorbeeld aan observaties of uitspraken van de deelnemers over:
    • acties en handelingen (zoals informatie, communicatie, mobiliteit, algemene dagelijkse levensverrichtingen, werk, vrije tijd);
    • de omgeving (zoals binnen, buiten, thuis, werk);
    • relevante objecten (zoals technologie, gebruiksvoorwerpen);
    • zichzelf en anderen (zoals behoeften, waarden, rollen, relaties).

Aandachtspunten

  • Ga uit van je onderzoeksdoel.
  • Laat je niet leiden door je verwachtingen, maar sta open voor wat er gebeurt.
  • Algemene aspecten kunnen van belang zijn voor de interpretatie van wat er gebeurt.
  • Let op verbale en non-verbale uitingen en handelingen van deelnemers.
  • Bedenk of je gebeurtenissen wilt turven of alleen wilt aangeven of een gebeurtenis optreedt.
  • Maak notities van opvallende uitspraken van deelnemers (quotes).
  • Geef je indruk van het waarom van bepaalde uitingen of handelingen.
  • Realiseer je dat notities subjectief zijn. Check ze met andere onderzoekers, of laat meerdere onderzoekers notities maken.

Omgaan met deelnemers

Bij ontwerpen voor inclusie betrek je vertegenwoordigers van de doelgroep, samen met andere stakeholders. Zowel bij het ontwerpen als bij het (tussentijds) evalueren. De omgang met deelnemers is daarbij van groot belang. Dat uit zich in het proces en de setting, je houding en gedrag en de gebruikte gesprekstechnieken.

Proces en setting

  • Houd rekening met de context van het onderzoek, zoals plaats, tijd van de dag en de aanwezige personen.
  • Zorg voor een open en uitnodigende sfeer, waarbij deelnemers zich op hun gemak voelen.
  • Plan tijd in voor een korte kennismaking. Kies hiervoor een geschikte vorm.
  • Denk indien van toepassing na over de opstelling. Houd bijvoorbeeld bij een interview een 90-graden-opstelling aan ten opzichte van de deelnemer. En plaats deelnemers bij een focusgroep in een cirkel waar je zelf deel van uitmaakt.
  • Zorg voor een drankje en wat lekkers.
  • Maak duidelijk wat de rol van de aanwezige onderzoekers is. Benoem of de onderzoeker actief is (bijvoorbeeld als interviewer of facilitator), of passief deelneemt (bijvoorbeeld als observator of notulist). Zorg ervoor dat ieder in zijn rol blijft.
  • Informeer deelnemers over hoe de resultaten worden vastgelegd (notities, beeld- en geluidsopnamen). Houd er rekening mee dat deelnemers bezorgd kunnen zijn over de verspreiding van resultaten. Benadruk dat je zorgvuldig met de gegevens omgaat.
  • Bedank deelnemers voor hun inzet en zorg eventueel voor een attentie of beloning.
  • Zet duidelijke doelen. Wees realistisch over wat haalbaar is binnen de tijd die je beschikbaar hebt.
  • Benadruk in de instructies dat het niet gaat om het testen van de deelnemers, maar om het verkrijgen van hun reacties, ideeën en meningen.

Houding en gedrag

  • Straal oprechte belangstelling uit.
  • Let op je spraak (volume, tempo, ritme, articulatie, toon), je houding, gebaren en kijkrichting, en je taalgebruik. Vermijd abstracte taal, stopwoordjes en jargon.
  • Zorg bij een bijeenkomst met meerdere deelnemers dat iedereen aan bod komt.
  • Wijs de deelnemers erop om elkaars bijdragen (ervaringen, meningen en ideeën) te respecteren. En doe het zelf ook.
  • Wijs de deelnemers erop om elkaar niet te onderbreken. En doe het zelf ook niet.
  • Het is niet erg om stiltes te laten vallen. Probeer in plaats van zelf de stilte op te vullen af te wachten waar deelnemers mee komen.

Gesprekstechnieken

Stijl

  • Stel korte en duidelijke vragen. Stel 1 vraag tegelijk.
  • Kies bewust voor het stellen van open of gesloten vragen. Bij gesloten vragen zijn de antwoordmogelijkheden vooraf gegeven, vooral bij ja/nee-vragen of multiple choice-vragen. Bij open vragen zijn alle antwoorden mogelijk. Bij gesloten vragen kun je sneller antwoord krijgen. Ook geven ze de deelnemers houvast, maar ze bieden weinig ruimte voor eigen inbreng. Open vragen kunnen veel tijd vergen. Ze bieden de deelnemers weinig houvast, maar ze bieden wél de mogelijkheid voor eigen inbreng.
  • Vraag “waarom?” om meer betekenisvolle resultaten te verkrijgen en de onderliggende bedoelingen te achterhalen.

Dubbelzinnige en suggestieve vragen

  • Vermijd vragen die meer betekenissen kunnen hebben. Je kunt deze dubbelzinnigheid wel bewust inzetten om te peilen hoe deelnemers spontaan een begrip of een beeld interpreteren.
  • Vermijd het stellen van suggestieve vragen, of het maken van suggestieve opmerkingen die deelnemers in een bepaalde richting duwen. Vermijd bijvoorbeeld om een oordeel te geven, of om bepaalde antwoordmogelijkheden uit te sluiten.

Evalueren van gegeven antwoorden

  • Houd het gesprek bij het juiste onderwerp, voorkom afdwalen.
  • Heb je alle informatie?
  • Is het relevant voor je onderzoeksdoel?
  • Begrijp je de bijdrage?
  • Past de bijdrage bij de gestelde vraag?

Technieken voor verduidelijking van antwoorden

  • Herhaal de vraag, of stel de vraag nogmaals op een andere manier. Gebruik bijvoorbeeld andere bewoordingen of ga van een open vraag over naar een gesloten vraag.
  • Vat het antwoord van de deelnemer samen om te checken of je het goed begrepen hebt.
  • Laat een stilte vallen om de deelnemer aan te zetten tot het geven van aanvullende informatie.